Een holding verhuurt een pand inclusief inventaris aan een bv die een cafetaria en ijssalon exploiteert. De aandelen van zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die ook bestuurder is van beide. De inspecteur besluit om een fiscale eenheid vast te stellen tussen de bv en de holding. Zij voldoen aan de drie vereisten van een fiscale eenheid: financiële, organisatorische en economische verwevenheid.
De aandelen in zowel de holding als de bv zijn in handen van dezelfde persoon, die hierdoor volledige zeggenschap heeft over beide vennootschappen. Dit maakt dat er sprake is van financiële verwevenheid.
De aandeelhouder is via een andere vennootschap tevens bestuurder van zowel de holding als de bv. Dit betekent dat er sprake is van een gezamenlijke leiding, omdat hij voor beide vennootschappen beleidsbeslissingen kan nemen en hun strategieën kan bepalen.
De holding verhuurt een pand en inventaris aan de bv Dit resulteert in omzet uit deze onderlinge relaties. Deze economische banden zijn volgens het hof niet verwaarloosbaar, aangezien ruim 34% van de omzet van de holding afkomstig is van de bv.
Het hof beoordeelt deze drie verwevenheden in samenhang en concludeert dat de holding en de bv, ondanks hun juridische zelfstandigheid, zodanig met elkaar verbonden zijn dat zij voor de omzetbelasting als één ondernemer moeten worden aangemerkt. Dit rechtvaardigt het bestaan van een fiscale eenheid.
Een vader schenkt in januari certificaten ter waarde van miljoenen aan zijn kinderen. Dit wordt later bevestigd in een notariële akte in april. Volgens de Belastingdienst vindt de schenking pas op dat moment plaats. De notaris bevestigt dat de schenking al mondeling op 24 januari 2018 plaatsvond. Het verschil betekent een forse naheffing. De rechter moet eraan te pas komen om de vraag te beantwoorden wanneer precies de schenking tot stand kwam.
Een vader houdt via zijn holding aandelen in twee bv’s. Deze aandelen verkoopt hij op 24 januari. Een deel van de koopsom bestaat uit aandelen in een andere bv. Diezelfde dag richt vader een stichting op waaraan hij de ontvangen aandelen doorverkoopt. De stichting geeft certificaten uit, die de vader aan zijn drie kinderen schenkt. De zoon doet in september aangifte schenkbelasting over een bedrag van € 2,7 miljoen, met als schenkingsdatum 24 januari. Bij de aangifte voegt hij een notariële akte van 17 april, waarin de notaris bevestigt dat de schenking op 24 januari mondeling heeft plaatsgevonden. De Belastingdienst legt conform deze aangifte een aanslag op.
Jaren later onderzoekt een andere inspecteur de miljoenentransactie. Hij stuit daarbij op een eerdere akte van 13 april, waarin staat dat de vader alle certificaten houdt. De inspecteur concludeert dat de schenking niet in januari, maar pas in april bij de notariële akte plaatsvond. De waarde van de certificaten is dan gestegen. De zoon moet een nieuwe aanslag betalen over € 9,3 miljoen in plaats van over € 2,7 miljoen.
De rechtbank veegt het argument van de inspecteur, dat de vader volgens de akte van 13 april nog houder was van alle certificaten, van tafel. De ongelukkige formulering in deze akte staat er niet aan in de weg dat de schenking al op 24 januari heeft plaatsgevonden. In de notariële akte van 17 april staat expliciet dat het aanbod tot schenking op 24 januari is gedaan en door de kinderen is aanvaard. In de akte staat precies welke certificaten aan welk kind zijn geschonken op die datum. Cruciaal is een e-mail van 18 januari waarin de notaris instructies ontvangt via een stappenplan voor de op te stellen stukken. Dit bewijst dat de schenking al vóór 24 januari was voorbereid. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van de notariële verklaring te twijfelen. Ook de complexiteit van de transactie betekent niet dat mondelinge schenking onmogelijk is.
Een tandarts ontwikkelt een methode om mensen met tandartsangst te behandelen met paarden. Na zes jaar en € 278.000 euro verlies weigert de Belastingdienst verdere aftrek. Het hof bevestigt dat er zonder concrete acquisitieplannen en klanten geen sprake is van een onderneming. De droom blijft een hobby.
Van tandartspraktijk naar paardenmethode
Tot 2017 runt de tandarts een succesvolle praktijk. Ze ontwikkelt een innovatieve methode waarbij paarden worden ingezet bij de behandeling van tandartsangst. In 2015 start ze hiervoor een aparte eenmanszaak. Na verkoop van de tandartspraktijk in 2017 richt ze zich volledig op de paardenmethode. De cijfers zijn dramatisch. Van 2017 tot 2022 draait de onderneming alleen maar verlies. De omzet is miniem: € 589 in 2020, het jaar waarover deze zaak gaat. De tandarts houdt acht paarden, vier pony’s, vijf ezels en diverse honden, maar behandelt nauwelijks cliënten.
In maart 2023 schrijft de inspecteur dat hij de activiteiten vanaf 2020 niet meer als bron van inkomen accepteert. De omzet is minimaal, terwijl de kosten torenhoog zijn. Een redelijke winstverwachting ontbreekt. Het verlies over 2020 mag niet worden afgetrokken. De tandarts protesteert. Ze wijst op haar bedrijfsplan, de mogelijkheden voor behandelsessies, opleidingen en licenties. De coronapandemie heeft roet in het eten gegooid. Bovendien volgt elke innovatie het S-curve-model: eerst verliezen, dan groeien.
Het hof oordeelt dat de tandarts wel heeft uitgelegd wat het opbrengstpotentieel is, maar niet hoe ze dit gaat realiseren. Er zijn geen concrete acquisitieplannen aanwezig. Het merk is geregistreerd, maar dat alleen genereert geen omzet. Ook het in 2020 geschreven boek helpt niet. De tandarts onderbouwt niet hoe dit tot meer klanten leidt. De belangstelling uit de tandheelkundige wereld blijft vaag. Concrete samenwerkingen komen niet van de grond. Het verwachte scenario met licentie-inkomsten en opleidingen blijkt luchtfietserij.
Het coronaverweer faalt. Ook na de pandemie blijven de resultaten negatief. In 2023 bedraagt het verlies nog € 6.046. De S-curvetheorie (eerst verliezen bij innovatie, dan groei) overtuigt evenmin. Zonder concrete aanknopingspunten voor succes blijft het wishful thinking. Het houden van paarden en andere dieren maakt nog geen onderneming. Dit kan evengoed privé zijn.
Het gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van FNV dat alle chauffeurs of groepen van chauffeurs van Uber werknemer zijn af. Het hof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer en geen werknemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof overweegt verder dat het wel mogelijk is dat individuele chauffeurs van Uber werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In deze procedure heeft het hof dat niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen.
De rechtbank besliste eerder dat alle Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep. In het hoger beroep stelde het gerechtshof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Die hadden betrekking op de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen. De Hoge Raad antwoordde dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten. Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. Voor zover er wel een oordeel kan worden gegeven voor bepaalde (groepen) werkenden, kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.
Een handelaar in edelmetalen, met slechts € 12.721 aan liquide middelen, moet volgens de Belastingdienst toch € 25.000 loon krijgen. Dat zou het directe einde betekenen van de onderneming. De rechtbank en het hof stellen het gebruikelijk loon vast op € 7.500. Deze uitspraak verduidelijkt wanneer afwijking van het wettelijke minimumloon mogelijk is. Een incidenteel verlies volstaat niet, maar als loonbetaling de onderneming direct de das omdoet, wel. De rechter kijkt naar het complete plaatje: liquiditeiten, voorraden, bedrijfsmiddelen en toekomstperspectief.
De dga is de enige werknemer. De dga dient aan het einde van 2022 een aangifte loonbelasting in en geeft daarbij een belastbaar loon van € 48.000 op. Omdat de betaling uitblijft, legt de inspecteur een naheffingsaanslag op voor dat bedrag. Enkele maanden later maakt de dga bezwaar. Hij stelt dat de aangifte is gebaseerd op onjuiste cijfers en vraagt om herziening van de naheffingsaanslag. De inspecteur komt de dga gedeeltelijk tegemoet en verlaagt het belastbare loon naar € 25.000. De dga gaat hiertegen in beroep.
In 2019 en 2020 maakt de bv bescheiden winsten. In 2021 verhoogt coronasteun de winst naar € 26.187. In 2022 volgt een verlies van € 5.664. Als in 2023 het verlies verergert tot € 23.433, besluit de dga de onderneming te staken. Hij zegt de huur van het bedrijfspand op en bereidt de beëindiging van de activiteiten voor. Het eigen vermogen daalt naar € 40.731, met slechts € 12.721 aan liquide middelen. Uitbetaling van € 25.000 zou de directe ondergang van de onderneming betekenen. Voorraden en bedrijfsmiddelen moeten dan worden verkocht om het salaris te betalen. De onderneming kan dan niet meer functioneren.
De rechtbank stelt het gebruikelijke loon vast op € 7.500. Het hof bevestigt dat. De wet biedt deze ruimte bij structurele verliezen die de continuïteit bedreigen. Niet alleen liquiditeiten tellen, maar de hele financiële positie. De dga heeft jarenlang geen salaris opgenomen om vermogen op te bouwen. Dit zit vast in bedrijfsnoodzakelijke activa. Het is cruciaal dat de dga geen geld heeft onttrokken via andere routes. Het opgebouwde vermogen zit volledig in de onderneming. De inspecteur mag zijn ogen niet sluiten voor het feit dat de onderneming in 2023 verder verlies leed en in 2025 is gestaakt.
De Raad van de Europese Unie heeft besloten om vanaf 1 juli 2026 een vast douanerecht van € 3 te heffen op kleine pakketten met een waarde onder € 150. Op dit moment worden dergelijke zendingen nog rechtenvrij in de EU ingevoerd. De nieuwe maatregel moet oneerlijke concurrentie tegengaan en consumenten beter beschermen. Maar wat betekent dit precies voor importeurs en ondernemers?
Op dit moment geldt voor goederen met een waarde onder de € 150 een vrijstelling van invoerrechten. Verkopers van buiten de EU hoeven daardoor geen douanerechten af te dragen over hun producten. Dit geeft hun een concurrentievoordeel ten opzichte van Europese ondernemers, die wel aan alle regels moeten voldoen. Bovendien leidt de vrijstelling tot gezondheids- en veiligheidsrisico’s, fraude en milieubelasting door de enorme stroom goedkope pakketjes.
Vanaf 1 juli 2026 geldt een tijdelijk douanerecht van € 3 per product of productgroep in een zending van buiten de EU. De heffing wordt alleen berekend bij pakketten met een waarde van minder dan € 150, die van buiten de EU rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Het bedrag wordt berekend op basis van de tariefposten van de goederen.
De regeling geldt voor alle verkopers van buiten de EU die zich registreren in het éénloketsysteem voor invoer (IOSS). Dit systeem wordt gebruikt voor de btw-afdracht en omvat naar schatting 93% van alle e-commerce naar de EU. De maatregel is tijdelijk van aard, naar verwachting tot medio 2028. Zodra de permanente afschaffing van de vrijstellingsdrempel operationeel wordt, vervalt het vaste tarief van € 3. Vanaf dat moment gelden de reguliere EU-tarieven voor alle producten onder € 150.
Formeel worden de heffingen in rekening gebracht bij de leverancier. De verwachting is echter dat deze de kosten doorberekent. Voor consumenten betekent de wijziging dat online aankopen van buiten de EU duurder worden. Een pakketje met drie verschillende artikelen kost straks € 9 extra aan douanerechten. Een pakketje met duizend dezelfde producten € 3. De Europese Commissie evalueert regelmatig of het tarief moet worden uitgebreid naar goederen van handelaren die niet in het IOSS zijn geregistreerd.
Naast de invoerheffing werkt de EU ook aan een handling fee om de gestegen douanekosten te compenseren. De handling fee geldt voor e-commercezendingen met een waarde van minder dan € 150, die buiten de EU zijn gekocht en die rechtstreeks worden geleverd aan een consument binnen de EU. Voor deze zendingen gaat een aanvullende heffing gelden van € 2 per aangifteregel. De Europese handelingskostenvergoeding wordt naar verwachting in november 2026 ingevoerd. Nederland was van plan om hierop vooruit te lopen en een eigen handling fee in te voeren. Deze is tot nader order uitgesteld. Zodra de Europese vergoeding van kracht is, verdwijnt een eventuele nationale handling fee.
Zilverweg 6 8445 PE Heerenveen
j.danes@cijfermeester.nl
(06) 22 40 50 93
Robijnstraat 7 1812 RB Alkmaar
r.weel@cijfermeester.nl
(06) 19 09 34 54
Gorredijk, Nederland
h.aling@cijfermeester.nl
(0513) 46 35 99
Prins Alexanderplein 8, 3067 GC Rotterdam
r.etman@cijfermeester.nl
(06) 52 41 09 08
Amersfoort
a.degraaf@cijfermeester.nl
(06) 41 21 43 19
Rosmalen, Nederland
g.staring@cijfermeester.nl
(06) 34 12 97 06
Veilingstraat 30 7391 GM Twello
w.overeem@cijfermeester.nl
(06) 25 04 71 86
Heythuysen, Nederland
l.boonen@cijfermeester.nl
(06) 81 94 77 77
Deurningerstraat 25 7571 BA Oldenzaal
r.jansink@cijfermeester.nl
(085) 224 00 25
Nijkerk, Nederland
m.schuurman@cijfermeester.nl
(088) 2683531
Deken van Baarstraat 4b, Nieuwkuijk
h.jonkers@cijfermeester.nl
(06) 10 90 99 61
Heerhugowaard, Nederland
a.vogel@cijfermeester.nl
(06) 48 62 13 58
Industrieweg 96 7903 AK Hoogeveen
a.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Leeuwarden, Nederland
a.wijgman@cijfermeester.nl
(058) 843 08 81
Naxos 5 2134 AM Hoofddorp
a.vankouwen@cijfermeester.nl
(06) 55 82 05 56
Dronten, Nederland
w.voortman@cijfermeester.nl
(06) 45 90 53 86
Krabbescheer 28, 2481 CK Woubrugge
s.kliffen@cijfermeester.nl
(06) 26 93 37 92
Zeereep 56, 2681 XH Monster
m.westveer@cijfermeester.nl
(06) 55 50 37 74
Ootmarsumsestraat 319 7603 AG Almelo
m.grooten@cijfermeester.nl
(06) 10 54 64 55
Prinses Margrietlaan 24, 2252 GL Voorschoten
m.berg@cijfermeester.nl
(06) 18718727
Vianen, Nederland
j.schraven@cijfermeester.nl
(06) 41 45 61 14
Putten, Nederland
s.vanderburg@cijfermeester.nl
(06) 22 47 78 55
Overslagweg 3a, 2645 EK Delfgauw
d.vandenbos@cijfermeester.nl
(06) 38 85 51 26
Koenderinklanden 31, 7542 WC Enschede
a.jensma@cijfermeester.nl
(06) 44 06 36 94
Overschieseweg 12 E, 3044 EE Rotterdam
j.wulffraat@cijfermeester.nl
(06) 24 10 95 93
Utrecht, Nederland
m.sookha@cijfermeester.nl
(06) 15 51 86 06
Waddinxveen, Nederland
r.vandenberg@cijfermeester.nl
(06) 19 04 09 12
Willem Molenbroekplein 74, 3071 MK Rotterdam
m.sikkema@cijfermeester.nl
(06) 28 33 23 83
Kerwin Lucasstraat 30, 1112 LH Diemen
a.hulsbos@cijfermeester.nl
(06) 83 23 92 89
Nanningh Keyserstraat 24, 4254 EP Sleeuwijk
h.vossestein@cijfermeester.nl
(06) 21 91 21 54
Gastelseweg 84, 4705 AC Roosendaal
a.smeekes@cijfermeester.nl
(06) 28 27 34 94
Tilburg, Nederland
e.debruijne@cijfermeester.nl
(06) 23 38 87 06
Oud-Beijerland, Nederland
h.stolk@cijfermeester.nl
(06) 24 21 35 56
Kloosterkade 33, 2628 HV Delft
j.vanmerrienboer@cijfermeester.nl
(06) 52 45 87 89
Diepstraat 16 6101 AT Echt
h.denis@cijfermeester.nl
(06) 50 69 40 16
Wieringerwerf., Nederland
w.vanheusden@cijfermeester.nl
(06) 42 08 45 99
Lesturgeonplein 5 8381 BX Vledder
i.renier@cijfermeester.nl
(06) 44 40 12 01
Wassenaar, Nederland
r.engelhard@cijfermeester.nl
(06) 41 51 71 31
Tauber 52, Den haag
s.passe@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
W.M. Dudokweg 53, 1703 DA Heerhugowaard
m.vanderlinden@cijfermeester.nl
(06) 82 80 04 00
Dinxperlo, Nederland
m.melten@cijfermeester.nl
(06) 51 49 33 80
Thomas R. Malthusstraat 1-3, 1066 JR Amsterdam
m.jairam@cijfermeester.nl
(06) 34 01 33 73
Jan Tooropstraat 64, Ommen
r.hartholt@cijfermeester.nl
(06) 42 15 45 12
Tauber 52, Den haag
c.vandenhurk@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Jan Tooropstraat 64, Ommen
r.grutter@cijfermeester.nl
(06) 83 99 47 80
Borger, Nederland
J.ijlenhave@cijfermeester.nl
(06) 28 94 23 13
Kenauweg 14, 2331 BB Leiden
f.brokaar@cijfermeester
(06) 15 01 69 87
Industrieweg 96, 7903 AK Hoogeveen
n.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Wellseind, Nederland
a.maas@cijfermeester.nl
(06) 44 94 65 04
Groef 24, 1628 HL Hoorn, Nederland
s.keus@cijfermeester.nl
(06) 10 24 00 97
Praam 61, Haulerwijk
g.meulenbelt@cijfermeester.nl
(06) 22 54 84 43
Arnhemseweg 10, Renswoude
b.melenhorst@cijfermeester.nl
(0318) 57 64 63
Lingedijk 57, 4155 BC Gellicum
l.hoogheid@cijfermeester.nl
(06) 51 55 75 67
Topaasring 25, 5629 GD Eindhoven
c.jansen@cijfermeester.nl
(06) 42 34 16 17
Heeswijk-Dinther, Nederland
m.devisser@cijfermeester.nl
(06) 17 88 58 64
Zaagmolenlaan 4 3447 GS Woerden
p.brokke@cijfermeester.nl
(06) 34 60 19 73
Luxemburgpromenade 2, 3541 DC Utrecht
c.velthuis@cijfermeester.nl
(030) 249 66 06
Fazantstraat 17, 4901 AZ Oosterhout, Nederland
k.vanvessem@cijfermeester.nl
(06) 14 67 85 30
Pontsteiger 61, 1014ZP Amsterdam
p.haring@cijfermeester.nl
(06) 53 70 86 28
Wij zorgen dat jij 100% kunt focussen op ondernemen.