Een ondernemer claimt aftrek van voorbelasting. Een deel van zijn administratie is echter verloren gegaan door lekkage, waardoor hij de geclaimde voorbelasting niet kan onderbouwen. Het verlies van de administratie door lekkage komt volgens de rechter voor rekening en risico van de ondernemer. Het gevolg is dat de ondernemer niet concreet kan maken welke bedragen op welke facturen of kassabonnen betrekking hebben op belaste prestaties. Op basis van de grootboekkaarten heeft de inspecteur toch een deel van de aftrek voorbelasting toegestaan, waarbij hij volgens de rechter coulant is geweest.
Ten aanzien van de voorbelasting op de zonnepanelen heeft de ondernemer verklaard dat deze worden gebruikt voor de verhuur van appartementen. Dit is een onbelaste prestatie. De ondernemer heeft ook niets aangevoerd over eventuele teruglevering van energie aan het energiebedrijf en de vergoedingen daarvoor. De aftrek van voorbelasting op de zonnepanelen is daarom terecht geweigerd.
De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 is met vier maanden verlengd. De aanvraagtermijn voor deze toeslagen loopt nu tot en met 31 december 2026. Voorheen was het mogelijk deze toeslagen aan te vragen tot en met 1 september van het daaropvolgende jaar. Nu hebben mensen na afloop van een kalenderjaar nog een volledig jaar de tijd om te checken of zij recht hebben op toeslagen en deze alsnog aan te vragen. Deze verruiming maakt het ook gemakkelijker om een aanvraag te doen op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2025. Veel mensen ontvangen deze aanslag in de zomer. Voor ondernemers met uitstel voor het doen van belastingaangifte geldt een uitzondering. Zij kunnen toeslagen aanvragen tot de datum waarop hun uitstel afloopt.
Voor kinderopvangtoeslag gelden andere aanvraagtermijnen. Deze toeslag kan maximaal drie maanden met terugwerkende kracht worden aangevraagd.
Een belastingplichtige betoogt dat de box 3-heffing ongeldig is, omdat de wet geen expliciet genietingsmoment bevat. Hij betoogt dat zonder wettelijke bepaling die vastlegt wanneer het inkomen wordt genoten, het niet kan worden belast. De rechtbank verwerpt dit argument. Het genietingsmoment zit besloten in de peildatum van 1 januari. Een afzonderlijke bepaling is niet nodig.
De man doet aangifte inkomstenbelasting 2021 met een box 3-inkomen van ruim dertigduizend euro. Zijn bezittingen bestaan voornamelijk uit onroerende zaken ter waarde van bijna 3,4 miljoen euro, aangevuld met bank- en spaartegoeden en een aandelenportefeuille. Na aftrek van schulden resteert een rendementsgrondslag van ruim negenhonderdduizend euro. De aanslag wordt conform de aangifte opgelegd. Toepassing van de Wet rechtsherstel box 3 leidt niet tot een lager voordeel.
De man gaat in beroep met een opmerkelijk argument. Voor box 1-inkomen bepaalt de wet expliciet wanneer dat inkomen wordt genoten. Voor box 3 ontbreekt zo'n bepaling. De man betoogt dat zonder wettelijk vastgelegd genietingsmoment de heffingsgrondslag onduidelijk is en het inkomen niet kan worden belast. Hij beroept zich op het Europese eigendomsrecht, het EU-Handvest en diverse rechtsbeginselen zoals het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank maakt korte metten met dit betoog. Uit de wet volgt dat inkomstenbelasting wordt geheven over het in een kalenderjaar genoten inkomen uit sparen en beleggen. Dat inkomen wordt forfaitair bepaald naar de grondslag per 1 januari van het kalenderjaar. De heffingsgrondslag is daarmee duidelijk. Een afzonderlijke bepaling voor het genietingsmoment is niet nodig. De rechtbank vindt steun in het Kerstarrest, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het forfaitaire stelsel ertoe strekt belasting te heffen over door de belastingplichtige genoten inkomen. De Hoge Raad achtte een afzonderlijk genietingsmoment niet vereist.
Het beroep op het EU-Handvest faalt eveneens, maar om een andere reden. De Wet IB 2001 beoogt geen Unierecht uit te voeren. Daardoor is het Handvest in deze zaak niet van toepassing en kan de man er geen beroep op doen.
Een vrouw verkoopt haar woning. In hetzelfde jaar sluit zij een voorlopige koopovereenkomst voor een nieuwe woning. Deze wordt het jaar erna, in januari, geleverd. De vrouw maakt de koopsom in januari in drie delen over naar de derdengeldrekening van de notaris. In haar aangifte inkomstenbelasting geeft de vrouw bank-, giro- en spaartegoeden op. Later stelt zij dat zij ten onrechte geen box 3-schuld heeft opgenomen voor de aankoop van de nieuwe woning.
De rechtbank oordeelt dat de opbrengst van de woning tot de rendementsgrondslag in box 3 behoort. De rechtbank vindt dat de vrouw het geld op haar bankrekening niet mag verrekenen met een even grote schuld voor de aankoop van de nieuwe woning. Volgens de rechtbank ontstaat door de koopovereenkomst niet alleen een betalingsverplichting, maar ook een recht op levering van de woning. Deze twee onderdelen horen onlosmakelijk bij elkaar. De verplichting om de koopsom te betalen kan daarom niet afzonderlijk als schuld in box 3 worden aangemerkt.
Een bv drijft een uitzendbureau en een klussenbedrijf. De enige aandeelhouder is een vrouw, die samen met haar partner bestuurder is. De bv heeft twee vorderingen die zij in 2020 wil afwaarderen. De eerste vordering van ruim € 74.000 betreft de zoon van de partner. Hij heeft met geld van de bv gegokt op internet. De tweede vordering van € 97.000 betreft de partner zelf, aan wie de bv een lening heeft verstrekt zonder zekerheden. Beide schuldenaren ondertekenen eind 2020 een brief waarin zij verklaren slechts een fractie te kunnen terugbetalen. De bv boekt de vorderingen af als bijzondere lasten. De inspecteur weigert deze afwaardering, waarna de bv besluit de lening om te zetten in een vergoeding voor verrichte werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat er reden is om de vordering op de zoon juist in 2020 af te waarderen. De zoon is in loondienst bij de bv en had de vordering in termijnen kunnen terugbetalen. Sterker nog: in 2022 betaalt hij alsnog bijna € 50.000 terug. Waarom er in 2020 geen afbetalingsregeling is afgesproken, kan de bv niet uitleggen.
Voor de vordering op de partner pakt de rechtbank zwaarder uit. De bv erkent in haar beroepschrift dat de lening is omgezet in een vergoeding voor werkzaamheden, uitsluitend omdat kwijtschelding fiscaal niet aftrekbaar zou zijn. De rechtbank acht die handelswijze ingegeven door de persoonlijke behoeften van de aandeelhouder en haar relatie met de partner, niet door zakelijke motieven. De bv stelt dat de partner cruciale werkzaamheden verrichtte en het boekenonderzoek begeleidde. De rechtbank vindt dat volstrekt ongeloofwaardig. De reguliere beloning van de partner bedroeg in de jaren 2018 tot en met 2021 slechts € 8.000 tot € 14.000 per jaar. Waarom zou hij opeens recht hebben op een extra vergoeding van € 97.000? De aftrek is terecht geweigerd.
Een werknemer was tot 2017 verplicht verzekerd in Luxemburg en bouwde daar pensioen op. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar hij zet de Luxemburgse pensioenregeling vrijwillig voort. De premie die hij zelf betaalt, wil hij aftrekken als negatief loon of als lijfrentepremie. Het hof wijst beide af. De vrijwillige voortzetting is een privéaangelegenheid zonder voldoende verband met de dienstbetrekking.
De werknemer heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Hij werkt jarenlang voor een internationaal concern, waarbij achtereenvolgens een Nederlandse en een Luxemburgse vennootschap als werkgever optreden. Tot 1 september 2017 is hij verplicht sociaal verzekerd in Luxemburg. In dat kader bouwt hij pensioen op bij het Luxemburgse pensioenfonds CNAP. De werkgever betaalt de helft van de premies, de andere helft wordt ingehouden op het loon van de werknemer. Per 1 september 2017 verschuift de verzekeringsplicht naar Nederland en eindigt de verplichte deelname aan CNAP.
De werkgever informeert de werknemer dat hij de Luxemburgse pensioenopbouw vrijwillig kan voortzetten. De werkgever is bereid de helft van de premie te vergoeden, tot maximaal acht procent van het brutoloon. De werknemer maakt gebruik van die mogelijkheid. Hij sluit zelf een overeenkomst met de Luxemburgse pensioeninstantie en betaalt de premie vanaf zijn privébankrekening. De werkgever vergoedt zijn deel via het loon, aangeduid als 'pension contribution'. Die vergoeding is belast als loon. In 2020 betaalt de werknemer in totaal bijna € 15.000 en ontvangt hij netto ruim € 7.000 van zijn werkgever. Het verschil wil hij aftrekken.
De werknemer voert de eigen bijdrage op als negatief loon. Het hof verwerpt dat. De werknemer heeft zelf in privé de verzekering afgesloten bij CCSS. De werkgever omschrijft het als een 'exclusive agreement between the employee and the Luxembourgish Pension institution'. Anders dan voorheen bij CNAP is de werkgever geen partij bij deze overeenkomst. De premie die de werknemer betaalt, houdt daardoor onvoldoende verband met zijn dienstbetrekking om als negatief loon te kunnen worden aangemerkt. Dat de regeling in het verlengde ligt van de vroegere verplichte verzekering, maakt dit niet anders.
De werknemer betoogt vervolgens dat de premie aftrekbaar is als uitgave voor inkomensvoorziening. Ook dat faalt. Op de werknemer rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de betalingen kwalificeren als lijfrentepremie en dienen ter compensatie van een pensioentekort. Aan die bewijslast heeft hij niet voldaan. De stelling dat sprake is van strijd met het Europese discriminatieverbod, omdat sommige buitenlandse verzekeraars wel zijn toegelaten, behoeft geen behandeling. Eerst moet immers vaststaan dat het om een lijfrentepremie gaat en dat is niet aannemelijk gemaakt.
Rosmalen, Nederland
g.staring@cijfermeester.nl
(06) 34 12 97 06
Heilesakker 6, 5325 KM Wellseind
a.maas@cijfermeester.nl
(06) 44 94 65 04
Nanningh Keyserstraat 24, 4254 EP Sleeuwijk
h.vossestein@cijfermeester.nl
(06) 21 91 21 54
Deken van Baarstraat 4b, Nieuwkuijk
h.jonkers@cijfermeester.nl
(06) 10 90 99 61
Industrieweg 96, 7903 AK Hoogeveen
n.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Oude Vlierweg 36, Ommen
r.grutter@cijfermeester.nl
(06) 83994780
Zeereep 56, 2681 XH Monster
m.westveer@cijfermeester.nl
(06) 55 50 37 74
Koenderinklanden 31, 7542 WC Enschede
a.jensma@cijfermeester.nl
(06) 44 06 36 94
Robijnstraat 7 1812 RB Alkmaar
r.weel@cijfermeester.nl
(06) 19 09 34 54
Industrieweg 96 7903 AK Hoogeveen
a.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Wassenaar, Nederland
s.schravenhoff@cijfermeester.nl
(06) 24326961
Pontsteiger 61, 1014ZP Amsterdam
p.haring@cijfermeester.nl
(06) 53 70 86 28
Heythuysen, Nederland
l.boonen@cijfermeester.nl
(06) 81 94 77 77
Krabbescheer 28, 2481 CK Woubrugge
s.kliffen@cijfermeester.nl
(06) 26 93 37 92
Dinxperlo, Nederland
m.melten@cijfermeester.nl
(06) 51 49 33 80
Lesturgeonplein 5 8381 BX Vledder
i.renier@cijfermeester.nl
(06) 44 40 12 01
Tauber 52, Den haag
c.vandenhurk@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Groef 24, 1628 HL Hoorn, Nederland
s.keus@cijfermeester.nl
(06) 10 24 00 97
Tauber 52, Den haag
s.passe@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Gorredijk, Nederland
h.aling@cijfermeester.nl
(0513) 46 35 99
Prins Alexanderplein 8, 3067 GC Rotterdam
r.etman@cijfermeester.nl
(06) 52 41 09 08
Heeswijk-Dinther, Nederland
m.devisser@cijfermeester.nl
(06) 17 88 58 64
Kenauweg 14, 2331 BB LeidenĀ
f.brokaar@cijfermeester
(06) 15 01 69 87
Wassenaar, Nederland
r.engelhard@cijfermeester.nl
(06) 41 51 71 31
Arnhemseweg 10, Renswoude
b.melenhorst@cijfermeester.nl
(0318) 57 64 63
Willem Molenbroekplein 74, 3071 MK Rotterdam
m.sikkema@cijfermeester.nl
(06) 28 33 23 83
Dronten, Nederland
w.voortman@cijfermeester.nl
(06) 45 90 53 86
Ootmarsumsestraat 319 7603 AG Almelo
m.grooten@cijfermeester.nl
(06) 10 54 64 55
Nijkerk, Nederland
m.schuurman@cijfermeester.nl
(088) 2683531
Amersfoort
a.degraaf@cijfermeester.nl
(06) 41 21 43 19
Lingedijk 57, 4155 BC Gellicum
l.hoogheid@cijfermeester.nl
(06) 51 55 75 67
Waddinxveen, Nederland
r.vandenberg@cijfermeester.nl
(06) 19 04 09 12
Diepstraat 16 6101 AT Echt
h.denis@cijfermeester.nl
(06) 50 69 40 16
Praam 61, Haulerwijk
g.meulenbelt@cijfermeester.nl
(06) 22 54 84 43
Putten, Nederland
s.vanderburg@cijfermeester.nl
(06) 22 47 78 55
Luxemburgpromenade 2, 3541 DC Utrecht
c.velthuis@cijfermeester.nl
(030) 249 66 06
Gastelseweg 84, 4705 AC Roosendaal
a.smeekes@cijfermeester.nl
(06) 28 27 34 94
Zilverweg 6 8445 PE Heerenveen
j.danes@cijfermeester.nl
(06) 22 40 50 93
Leeuwarden, Nederland
a.wijgman@cijfermeester.nl
(058) 843 08 81
Thomas R. Malthusstraat 1-3, 1066 JR Amsterdam
m.jairam@cijfermeester.nl
(06) 34 01 33 73
Fazantstraat 17, 4901 AZ Oosterhout, Nederland
k.vanvessem@cijfermeester.nl
(06) 14 67 85 30
W.M. Dudokweg 53, 1703 DA Heerhugowaard
m.vanderlinden@cijfermeester.nl
(06) 82 80 04 00
Wieringerwerf., Nederland
w.vanheusden@cijfermeester.nl
(06) 42 08 45 99
Bergstraat 27, 4261 BW Wijk en Aalburg
r.duizer@cijfermeester.nl
(06) 12 29 96 55
Tilburg, Nederland
e.debruijne@cijfermeester.nl
(06) 23 38 87 06
Voorschoten, Nederland
m.berg@cijfermeester.nl
(06) 18718727
Overschieseweg 12 E, 3044 EE Rotterdam
j.wulffraat@cijfermeester.nl
(06) 24 10 95 93
Naxos 5 2134 AM Hoofddorp
a.vankouwen@cijfermeester.nl
(06) 55 82 05 56
Oud-Beijerland, Nederland
h.stolk@cijfermeester.nl
(06) 24 21 35 56
Veilingstraat 30 7391 GM Twello
w.overeem@cijfermeester.nl
(06) 25 04 71 86
Heerhugowaard, Nederland
a.vogel@cijfermeester.nl
(06) 48 62 13 58
Zaagmolenlaan 4 3447 GS Woerden
p.brokke@cijfermeester.nl
(06) 34 60 19 73
Topaasring 25, 5629 GD Eindhoven
c.jansen@cijfermeester.nl
(06) 42 34 16 17
Overslagweg 3a, 2645 EK Delfgauw
d.vandenbos@cijfermeester.nl
(06) 38 85 51 26
Kloosterkade 33, 2628 HV Delft
j.vanmerrienboer@cijfermeester.nl
(06) 52 45 87 89
Borger, Nederland
J.ijlenhave@cijfermeester.nl
(06) 28 94 23 13
Nieuwegein, Nederland
m.sookha@cijfermeester.nl
(06) 15 51 86 06
Wij zorgen dat jij 100% kunt focussen op ondernemen.