Voor ondernemers is er geen goed nieuws. De zelfstandigenaftrek daalt van € 5.030 in 2023 naar € 3.750 in 2024. De mkb-winstvrijstelling daalt van 14 naar 12,7% van de winst.
Bron:Ministerie van Financiƫn | wetsvoorstel | 18-09-2023
Een vrouw verkoopt haar woning. In hetzelfde jaar sluit zij een voorlopige koopovereenkomst voor een nieuwe woning. Deze wordt het jaar erna, in januari, geleverd. De vrouw maakt de koopsom in januari in drie delen over naar de derdengeldrekening van de notaris. In haar aangifte inkomstenbelasting geeft de vrouw bank-, giro- en spaartegoeden op. Later stelt zij dat zij ten onrechte geen box 3-schuld heeft opgenomen voor de aankoop van de nieuwe woning.
De rechtbank oordeelt dat de opbrengst van de woning tot de rendementsgrondslag in box 3 behoort. De rechtbank vindt dat de vrouw het geld op haar bankrekening niet mag verrekenen met een even grote schuld voor de aankoop van de nieuwe woning. Volgens de rechtbank ontstaat door de koopovereenkomst niet alleen een betalingsverplichting, maar ook een recht op levering van de woning. Deze twee onderdelen horen onlosmakelijk bij elkaar. De verplichting om de koopsom te betalen kan daarom niet afzonderlijk als schuld in box 3 worden aangemerkt.
Een bv drijft een uitzendbureau en een klussenbedrijf. De enige aandeelhouder is een vrouw, die samen met haar partner bestuurder is. De bv heeft twee vorderingen die zij in 2020 wil afwaarderen. De eerste vordering van ruim € 74.000 betreft de zoon van de partner. Hij heeft met geld van de bv gegokt op internet. De tweede vordering van € 97.000 betreft de partner zelf, aan wie de bv een lening heeft verstrekt zonder zekerheden. Beide schuldenaren ondertekenen eind 2020 een brief waarin zij verklaren slechts een fractie te kunnen terugbetalen. De bv boekt de vorderingen af als bijzondere lasten. De inspecteur weigert deze afwaardering, waarna de bv besluit de lening om te zetten in een vergoeding voor verrichte werkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat er reden is om de vordering op de zoon juist in 2020 af te waarderen. De zoon is in loondienst bij de bv en had de vordering in termijnen kunnen terugbetalen. Sterker nog: in 2022 betaalt hij alsnog bijna € 50.000 terug. Waarom er in 2020 geen afbetalingsregeling is afgesproken, kan de bv niet uitleggen.
Voor de vordering op de partner pakt de rechtbank zwaarder uit. De bv erkent in haar beroepschrift dat de lening is omgezet in een vergoeding voor werkzaamheden, uitsluitend omdat kwijtschelding fiscaal niet aftrekbaar zou zijn. De rechtbank acht die handelswijze ingegeven door de persoonlijke behoeften van de aandeelhouder en haar relatie met de partner, niet door zakelijke motieven. De bv stelt dat de partner cruciale werkzaamheden verrichtte en het boekenonderzoek begeleidde. De rechtbank vindt dat volstrekt ongeloofwaardig. De reguliere beloning van de partner bedroeg in de jaren 2018 tot en met 2021 slechts € 8.000 tot € 14.000 per jaar. Waarom zou hij opeens recht hebben op een extra vergoeding van € 97.000? De aftrek is terecht geweigerd.
Een werknemer was tot 2017 verplicht verzekerd in Luxemburg en bouwde daar pensioen op. Daarna wordt hij verplicht verzekerd in Nederland, maar hij zet de Luxemburgse pensioenregeling vrijwillig voort. De premie die hij zelf betaalt, wil hij aftrekken als negatief loon of als lijfrentepremie. Het hof wijst beide af. De vrijwillige voortzetting is een privéaangelegenheid zonder voldoende verband met de dienstbetrekking.
De werknemer heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Hij werkt jarenlang voor een internationaal concern, waarbij achtereenvolgens een Nederlandse en een Luxemburgse vennootschap als werkgever optreden. Tot 1 september 2017 is hij verplicht sociaal verzekerd in Luxemburg. In dat kader bouwt hij pensioen op bij het Luxemburgse pensioenfonds CNAP. De werkgever betaalt de helft van de premies, de andere helft wordt ingehouden op het loon van de werknemer. Per 1 september 2017 verschuift de verzekeringsplicht naar Nederland en eindigt de verplichte deelname aan CNAP.
De werkgever informeert de werknemer dat hij de Luxemburgse pensioenopbouw vrijwillig kan voortzetten. De werkgever is bereid de helft van de premie te vergoeden, tot maximaal acht procent van het brutoloon. De werknemer maakt gebruik van die mogelijkheid. Hij sluit zelf een overeenkomst met de Luxemburgse pensioeninstantie en betaalt de premie vanaf zijn privébankrekening. De werkgever vergoedt zijn deel via het loon, aangeduid als 'pension contribution'. Die vergoeding is belast als loon. In 2020 betaalt de werknemer in totaal bijna € 15.000 en ontvangt hij netto ruim € 7.000 van zijn werkgever. Het verschil wil hij aftrekken.
De werknemer voert de eigen bijdrage op als negatief loon. Het hof verwerpt dat. De werknemer heeft zelf in privé de verzekering afgesloten bij CCSS. De werkgever omschrijft het als een 'exclusive agreement between the employee and the Luxembourgish Pension institution'. Anders dan voorheen bij CNAP is de werkgever geen partij bij deze overeenkomst. De premie die de werknemer betaalt, houdt daardoor onvoldoende verband met zijn dienstbetrekking om als negatief loon te kunnen worden aangemerkt. Dat de regeling in het verlengde ligt van de vroegere verplichte verzekering, maakt dit niet anders.
De werknemer betoogt vervolgens dat de premie aftrekbaar is als uitgave voor inkomensvoorziening. Ook dat faalt. Op de werknemer rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de betalingen kwalificeren als lijfrentepremie en dienen ter compensatie van een pensioentekort. Aan die bewijslast heeft hij niet voldaan. De stelling dat sprake is van strijd met het Europese discriminatieverbod, omdat sommige buitenlandse verzekeraars wel zijn toegelaten, behoeft geen behandeling. Eerst moet immers vaststaan dat het om een lijfrentepremie gaat en dat is niet aannemelijk gemaakt.
De bevoegdheid om een navorderingsaanslag op te leggen vervalt vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld. Bij uitstel voor het doen van aangifte wordt deze termijn verlengd met het verleende uitstel. De inspecteur stelt dat hij een navorderingsaanslag voor 2011 tijdig heeft opgelegd, vanwege dertien maanden uitstel via de Becon-regeling. De inspecteur kan echter geen stukken tonen die dit uitstel onderbouwen. Een collega bevestigt bovendien dat het systeem geen Becon-uitstel voor 2011 registreert. De rechtbank oordeelt daarom dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat kenbaar uitstel is verleend. De navorderingsaanslag voor 2011 is daarom buiten de navorderingstermijn van vijf jaar opgelegd en wordt vernietigd.
Een man exploiteert in maatschapsverband een motortankschip. De man is de kapitein en de andere maat verzorgt de administratie. Het schip vervoert plantaardige oliën, waarbij 'slops' ontstaan met een waardevolle oliecomponent. In 2011 start een strafrechtelijk onderzoek, 'Flip' genaamd, naar de verduistering van plantaardige olie door schippers, aangeboden als slops aan een vethandel. De man is tot zijn overlijden verdachte in dit onderzoek.
De Belastingdienst onderzoekt de administratie van de vethandel en stelt vast dat de vethandel inkoopfacturen op naam van het schip opmaakt voor contante betalingen aan de schippers voor geleverde slops. De jaarrekeningen van de maatschap vermelden geen opbrengsten uit slops. De inspecteur stelt dat de man de contante betalingen niet heeft opgenomen in zijn aangiften. De man reageert dat hij geen administratie heeft, omdat de andere maat die voerde. De maat verklaart dat de man buiten het zicht van de maatschap om ontvangsten had en dat er geen inkomsten uit slops op de bankrekening van de maatschap zijn ontvangen.
De erven van de man stellen dat hij de contante betalingen nooit heeft ontvangen en dat de administratie van de vethandel geen overtuigend bewijs levert. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de man de contante betalingen heeft ontvangen. De inspecteur heeft gegevens uit de administratie van de vethandel overgelegd, waaronder inkoopfacturen, begeleidingsbrieven en weegbrugstempels, die met elkaar overeenkomen en de beschreven werkwijze bevestigen. Ook kalenders en kladkasboeken van de vethandel ondersteunen de facturenstroom. De rechtbank acht het verder van belang dat de maatschap geen ontvangsten voor slops heeft verantwoord in de jaarrekeningen en dat de partner die de administratie voerde dit heeft bevestigd. De stellingen van de erven zijn niet onderbouwd met bewijs. De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd en niet te hoog.
De bevoegdheid van de inspecteur om rechtstreeks informatie op te vragen is niet territoriaal begrensd, zo bevestigt de Hoge Raad. Ook brengt de Tax Information Exchange Agreement (TIEA) met Jersey niet mee dat de inspecteur eerst informatie bij de autoriteiten van Jersey moet opvragen. Het gebruik van de TIEA wordt gezien als een aanvullende mogelijkheid, maar is niet verplicht als alternatief of vervanging voor het rechtstreeks benaderen van personen. Dit is alleen anders als het handelen van de inspecteur in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Tot deze conclusie komt de Hoge Raad in een zaak van een vrouw en haar gezin, die in 2013 van Nederland naar Jersey zijn verhuisd. De Belastingdienst vermoedt dat zij over eerdere belastingjaren mogelijk onvolledige informatie hebben verstrekt. Als de vrouw niet volledig voldoet aan een informatieverzoek, legt de inspecteur informatiebeschikkingen op. Later vraagt de inspecteur via de TIEA met Jersey aanvullende informatie op over de vrouw, haar partner en hun gezamenlijke vennootschap. Dit leidt tot navorderingsaanslagen. De vrouw stelt dat de inspecteur in strijd heeft gehandeld met de TIEA en ten onrechte rechtstreeks informatie bij haar heeft opgevraagd. Zowel het gerechtshof als de Hoge Raad oordeelt dat dit niet het geval is. De inspecteur heeft rechtmatig gehandeld. De informatiebeschikkingen blijven in stand.
Een vrouw overlijdt in 2020. De inspecteur legt een aanslag inkomstenbelasting op, waarbij hij een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 241.893 in aanmerking neemt. De erven van de vrouw stellen dat de vrouw geen aanmerkelijk belang had. Haar man is immers enig aandeelhouder van de holding-bv. De vrouw heeft haar enige aandeel in de holding op de dag van de oprichting overgedragen aan haar man. De wijziging van de huwelijkse voorwaarden naar een algehele gemeenschap van goederen brengt daar volgens de erven geen verandering in.
De rechtbank oordeelt dat de aandelen in de holding op het moment van het overlijden van de vrouw in de huwelijksgemeenschap vallen. Hierdoor heeft de vrouw een aanmerkelijk belang in de holding. De overgang onder algemene titel bij overlijden wordt als een fictieve vervreemding aangemerkt. Het vervreemdingsvoordeel bedraagt € 241.893.
De erven stellen verder nog dat de doorschuiffaciliteit van toepassing is. De onderneming wordt door de man voortgezet. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Omdat de holding bv en haar dochteronderneming sinds 2015 geen activiteiten verrichten en geen omzet behalen, is er geen sprake van een materiële onderneming. Ook van een medegerechtigdheid is geen sprake. De doorschuiffaciliteit kan daarom niet worden toegepast.
Heerhugowaard, Nederland
a.vogel@cijfermeester.nl
(06) 48 62 13 58
Rosmalen, Nederland
g.staring@cijfermeester.nl
(06) 34 12 97 06
Ootmarsumsestraat 319 7603 AG Almelo
m.grooten@cijfermeester.nl
(06) 10 54 64 55
Zaagmolenlaan 4 3447 GS Woerden
p.brokke@cijfermeester.nl
(06) 34 60 19 73
Willem Molenbroekplein 74, 3071 MK Rotterdam
m.sikkema@cijfermeester.nl
(06) 28 33 23 83
Putten, Nederland
s.vanderburg@cijfermeester.nl
(06) 22 47 78 55
Luxemburgpromenade 2, 3541 DC Utrecht
c.velthuis@cijfermeester.nl
(030) 249 66 06
Nieuwegein, Nederland
m.sookha@cijfermeester.nl
(06) 15 51 86 06
Kloosterkade 33, 2628 HV Delft
j.vanmerrienboer@cijfermeester.nl
(06) 52 45 87 89
Wassenaar, Nederland
s.schravenhoff@cijfermeester.nl
(06) 24326961
Industrieweg 96 7903 AK Hoogeveen
a.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Overslagweg 3a, 2645 EK Delfgauw
d.vandenbos@cijfermeester.nl
(06) 38 85 51 26
Jan Tooropstraat 64, Ommen
r.grutter@cijfermeester.nl
(06) 83 99 47 80
Tauber 52, Den haag
s.passe@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Nijkerk, Nederland
m.schuurman@cijfermeester.nl
(088) 2683531
Robijnstraat 7 1812 RB Alkmaar
r.weel@cijfermeester.nl
(06) 19 09 34 54
Heythuysen, Nederland
l.boonen@cijfermeester.nl
(06) 81 94 77 77
Heeswijk-Dinther, Nederland
m.devisser@cijfermeester.nl
(06) 17 88 58 64
Overschieseweg 12 E, 3044 EE Rotterdam
j.wulffraat@cijfermeester.nl
(06) 24 10 95 93
Arnhemseweg 10, Renswoude
b.melenhorst@cijfermeester.nl
(0318) 57 64 63
Zilverweg 6 8445 PE Heerenveen
j.danes@cijfermeester.nl
(06) 22 40 50 93
Wassenaar, Nederland
r.engelhard@cijfermeester.nl
(06) 41 51 71 31
Gorredijk, Nederland
h.aling@cijfermeester.nl
(0513) 46 35 99
Borger, Nederland
J.ijlenhave@cijfermeester.nl
(06) 28 94 23 13
Gastelseweg 84, 4705 AC Roosendaal
a.smeekes@cijfermeester.nl
(06) 28 27 34 94
Pontsteiger 61, 1014ZP Amsterdam
p.haring@cijfermeester.nl
(06) 53 70 86 28
Dinxperlo, Nederland
m.melten@cijfermeester.nl
(06) 51 49 33 80
Oud-Beijerland, Nederland
h.stolk@cijfermeester.nl
(06) 24 21 35 56
Tilburg, Nederland
e.debruijne@cijfermeester.nl
(06) 23 38 87 06
Naxos 5 2134 AM Hoofddorp
a.vankouwen@cijfermeester.nl
(06) 55 82 05 56
Thomas R. Malthusstraat 1-3, 1066 JR Amsterdam
m.jairam@cijfermeester.nl
(06) 34 01 33 73
Lesturgeonplein 5 8381 BX Vledder
i.renier@cijfermeester.nl
(06) 44 40 12 01
Diepstraat 16 6101 AT Echt
h.denis@cijfermeester.nl
(06) 50 69 40 16
Wieringerwerf., Nederland
w.vanheusden@cijfermeester.nl
(06) 42 08 45 99
Groef 24, 1628 HL Hoorn, Nederland
s.keus@cijfermeester.nl
(06) 10 24 00 97
Kenauweg 14, 2331 BB LeidenĀ
f.brokaar@cijfermeester
(06) 15 01 69 87
Leeuwarden, Nederland
a.wijgman@cijfermeester.nl
(058) 843 08 81
Prins Alexanderplein 8, 3067 GC Rotterdam
r.etman@cijfermeester.nl
(06) 52 41 09 08
Veilingstraat 30 7391 GM Twello
w.overeem@cijfermeester.nl
(06) 25 04 71 86
Industrieweg 96, 7903 AK Hoogeveen
n.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Koenderinklanden 31, 7542 WC Enschede
a.jensma@cijfermeester.nl
(06) 44 06 36 94
Lingedijk 57, 4155 BC Gellicum
l.hoogheid@cijfermeester.nl
(06) 51 55 75 67
Fazantstraat 17, 4901 AZ Oosterhout, Nederland
k.vanvessem@cijfermeester.nl
(06) 14 67 85 30
Waddinxveen, Nederland
r.vandenberg@cijfermeester.nl
(06) 19 04 09 12
Heilesakker 6, 5325 KM Wellseind
a.maas@cijfermeester.nl
(06) 44 94 65 04
Topaasring 25, 5629 GD Eindhoven
c.jansen@cijfermeester.nl
(06) 42 34 16 17
Bergstraat 27, 4261 BW Wijk en Aalburg
r.duizer@cijfermeester.nl
(06) 12 29 96 55
Krabbescheer 28, 2481 CK Woubrugge
s.kliffen@cijfermeester.nl
(06) 26 93 37 92
Dronten, Nederland
w.voortman@cijfermeester.nl
(06) 45 90 53 86
Amersfoort
a.degraaf@cijfermeester.nl
(06) 41 21 43 19
Zeereep 56, 2681 XH Monster
m.westveer@cijfermeester.nl
(06) 55 50 37 74
W.M. Dudokweg 53, 1703 DA Heerhugowaard
m.vanderlinden@cijfermeester.nl
(06) 82 80 04 00
Nanningh Keyserstraat 24, 4254 EP Sleeuwijk
h.vossestein@cijfermeester.nl
(06) 21 91 21 54
Praam 61, Haulerwijk
g.meulenbelt@cijfermeester.nl
(06) 22 54 84 43
Deken van Baarstraat 4b, Nieuwkuijk
h.jonkers@cijfermeester.nl
(06) 10 90 99 61
Jan Tooropstraat 64, Ommen
r.hartholt@cijfermeester.nl
(06) 42 15 45 12
Tauber 52, Den haag
c.vandenhurk@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Voorschoten, Nederland
m.berg@cijfermeester.nl
(06) 18718727
Wij zorgen dat jij 100% kunt focussen op ondernemen.