Voor ondernemers is er geen goed nieuws. De zelfstandigenaftrek daalt van € 5.030 in 2023 naar € 3.750 in 2024. De mkb-winstvrijstelling daalt van 14 naar 12,7% van de winst.
Bron:Ministerie van Financiƫn | wetsvoorstel | 18-09-2023
Een adviesbureau dient op 22 juli 2024 hoger beroep in tegen een naheffing van de belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm). Het adviesbureau stuurt een machtiging mee die al ruim drie jaar oud is. Het hof vraagt een machtiging van hooguit drie maanden oud en geeft het bureau daarvoor tot 3 september 2024. De nieuwe machtiging komt pas op 6 september binnen, zonder uitleg. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de zaak daarom terecht laten liggen. Ook het Europese recht verandert daar niets aan.
Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het behandelt de zaak dus niet inhoudelijk. Het bureau gaat daartegen in verzet, een soort bezwaar bij hetzelfde hof. Dat verzet strandt, omdat het bureau geen reden geeft voor de vertraging. Bij de Hoge Raad gooit het bureau het over een Europese boeg. Iedereen heeft volgens het Handvest van de grondrechten van de EU recht op toegang tot de rechter. Het hof houdt volgens het bureau onnodig streng vast aan termijnen. Ook vraagt het bureau de Hoge Raad om vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie.
Alleen de belastingplichtige zelf mag tegen zijn aanslag procederen, maar hij mag zich wel laten vertegenwoordigen. Is die vertegenwoordiger geen advocaat, dan mag de rechter om een schriftelijke machtiging vragen. Een advocaat valt onder eigen beroepsregels en hoeft geen machtiging te overhandigen. De rechter mag daarbij om een recente machtiging vragen, zonder uit te leggen waarom. Komt die machtiging niet op tijd binnen, dan mag de rechter het beroep laten liggen. Voorwaarde is wel dat er een redelijke termijn is gegeven voor het herstellen van het gebrek en dat de vertraging niet te verontschuldigen is.
Europa laat de procesregels grotendeels over aan de lidstaten. Die regels mogen alleen niet strenger zijn dan bij gewone Nederlandse zaken en mogen procederen niet praktisch onmogelijk maken. Volgens de Hoge Raad blijft de eis van een machtiging daarbinnen. Die eis zorgt ervoor dat alleen wie echt bevoegd is een zaak voert. Voor een professionele adviseur is een machtiging binnen een redelijke termijn bovendien goed te regelen. Vragen aan het Europese Hof zijn dus niet nodig.
Een vrouw geeft in haar aangifte een aanzienlijk bedrag aan bezittingen aan, waaronder hypothecaire geldleningen aan haar kinderen. De inspecteur merkt deze aan als overige bezittingen, wat leidt tot een geschil over de juiste kwalificatie.
De vrouw geeft voor 2021 een totaal van € 1,5 miljoen aan bezittingen op. Dit omvat onder meer twee hypothecaire geldleningen aan haar kinderen met een rente van 2,5% per jaar. De inspecteur stelt de definitieve aanslag vast, waarbij de vorderingen als overige bezittingen zijn aangemerkt met een rendement van 5,69%. De vrouw stelt dat de vorderingen als banktegoeden moeten worden gezien, omdat zij kenmerken bezitten van spaartegoed. Zij wijst daarbij op het lage risico, de zekerheid via het gevestigde hypotheekrecht, het niet aanwezig zijn van een winststreven en de regelmatige rente-inkomsten. Voor banktegoeden geldt in 2021 een rendement van 0,01%.
Het hof oordeelt echter dat de vorderingen niet voldoen aan de definitie van een 'deposito' volgens de Wet op het financieel toezicht, waarnaar de Wet rechtsherstel box 3 verwijst. Een vergelijking met VvE-reservefondsen, die voor 2021 ook als overige bezittingen golden, gaat niet op. Ook is er geen sprake van verboden discriminatie, omdat het risicoprofiel en de onderhandelingsruimte bij vorderingen wezenlijk afwijken van banktegoeden.
Nu de vorderingen niet als banktegoed worden aangemerkt, betoogt de vrouw dat nader rechtsherstel moet worden geboden. De heffing zou hoger zijn dan het werkelijke rendement. Het hof oordeelt dat de vrouw dit niet aannemelijk maakt, omdat zij geen inzicht verschaft in de waardeontwikkeling van haar beleggingsportefeuille. Daarom faalt ook dit standpunt.
Een stichting huurt een pand waarin een restaurant is gevestigd. Op papier is het restaurant verpacht aan verschillende vennootschappen, waaronder een Engelse onderneming en een Nederlandse bv. Volgens de stichting zijn deze pachters verantwoordelijk voor de exploitatie en het personeel. Daarom meent de stichting dat zij geen werkgever is en dus geen loonheffingen hoeft af te dragen. De Belastingdienst denkt daar anders over en legt naheffingsaanslagen op tegen het anoniementarief.
Het hof stelt vast dat de stichting zelf de inkomsten uit het restaurant ontvangt en ook de lonen van het personeel betaalt. Bovendien is niet gebleken dat met de pachters een daadwerkelijke financiële afrekening heeft plaatsgevonden. Daarom acht het hof aannemelijk dat het restaurant feitelijk voor rekening en risico van de stichting wordt geëxploiteerd. De stichting is daardoor inhoudingsplichtig voor de loonheffingen van het personeel.
Daarnaast oordeelt het hof dat het anoniementarief terecht is toegepast. De loonadministratie van de pachters kan niet aan de stichting worden toegerekend. De stichting heeft geen eigen loonadministratie bijgehouden, waarin de relevante gegevens van de werknemers zijn opgenomen. Daardoor is sprake van nettoloonbetalingen aan anonieme werknemers.
Een broer en zijn zus bezitten in 2020 ieder de helft van de aandelen in een bv. De zus verricht werkzaamheden voor de bv via haar eenmanszaak. De broer is dga en verricht zijn werkzaamheden voor de bv deels in loondienst en deels via zijn eenmanszaak. Op 24 december 2022 legt de inspecteur aan de zus een navorderingsaanslag IB 2020 op, maar daarin neemt hij geen gebruikelijk loon op.
De inspecteur stelt vervolgens boekenonderzoeken in bij de bv naar de loonheffingen (LB) over 2019 en 2020. Uit deze onderzoeken blijkt dat het gebruikelijk loon van zowel de zus als de broer niet correct is vastgesteld. Voor de zus concludeert de inspecteur dat haar gebruikelijk loon € 34.125 bedraagt. Voor de broer concludeert hij dat zijn loon moet worden verhoogd met € 23.333 naar € 46.000. De bv krijgt een correctieverplichting opgelegd. Omdat zij daar niet aan voldoet, legt de inspecteur op 23 februari 2023 een naheffingsaanslag LB op aan de bv.
In de zaak van de zus stelt het hof vast dat de inspecteur een ambtelijk verzuim heeft begaan door het gebruikelijk loon niet mee te nemen in de navorderingsaanslag IB 2020. Vanaf dat moment is de inspecteur niet langer bevoegd om over dit gebruikelijk loon na te vorderen bij de zus. De naheffingsaanslag LB die de inspecteur vervolgens aan de bv oplegt, vormt een poging om dit alsnog te corrigeren. Het hof oordeelt dat de wet voorkomt dat de Belastingdienst een ambtelijk verzuim in de IB, waardoor navordering niet meer mogelijk is, via een omweg kan herstellen door alsnog een naheffingsaanslag LB op te leggen aan de inhoudingsplichtige, de bv.
In de zaak van de broer oordeelt het hof dat de inspecteur wél bevoegd is om een naheffingsaanslag voor het aanvullende gebruikelijk loon op te leggen. Volgens het hof leidt het feit dat het gebruikelijk loon niet is gecorrigeerd in de aanslag van de broer niet automatisch tot een ambtelijk verzuim. De inspecteur mag uitgaan van de juistheid van de aangifte, tenzij daarover redelijke twijfel bestaat. Daarvan is in dit geval geen sprake.
Vijf werknemers krijgen van de Franse moedervennootschap van hun werkgever voorwaardelijke rechten op aandelen. Zij ontvangen die aandelen alleen als zij na vier jaar nog in dienst zijn én aan bepaalde prestatiedoelen voldoen. Voordat de voorwaarden zijn vervuld, vindt een overname plaats. De nieuwe eigenaar doet de werknemers een voorstel: lever de voorwaardelijke aandelenrechten in en ontvang daarvoor een cashbonus. De cashbonus is niet gekoppeld aan de aanwezigheid in het bedrijf, prestaties of andere voorwaarden. Alle werknemers accepteren dit aanbod. Daardoor krijgen zij uiteindelijk geen aandelen, maar een bonus van in totaal ruim € 630.000, uit te betalen in 2016 en 2018. Achteraf blijkt dat bij geen van de vijf werknemers zou zijn voldaan aan de voorwaarden om de rechten op aandelen onvoorwaardelijk te doen worden.
De Nederlandse werkgever wil deze toekomstige kosten al in 2015 verwerken door een fiscale voorziening te vormen. De inspecteur wijst dit verzoek af. Volgens hem valt de regeling onder de wettelijke aftrekbeperking voor aandelen- en optieregelingen. Die bepaling voorkomt dat een onderneming de kosten van aan werknemers toegekende aandelen of optierechten van de winst aftrekt. Volgens de inspecteur maakt het daarbij niet uit dat de rechten nog onder voorwaarden zijn toegekend.
De Hoge Raad ziet dat anders. Volgens de Hoge Raad ontstaat pas een daadwerkelijk aandelen- of optierecht als aan de opschortende voorwaarden is voldaan. Zolang dat niet gebeurt, kunnen werknemers hun rechten niet afdwingen. In deze zaak worden de voorwaardelijke rechten al eerder ingeruild voor een cashbonus. De voorwaarden worden dus nooit vervuld. Daardoor ontstaat fiscaal gezien nooit een aandelen- of optierecht waarop de aftrekbeperking van toepassing is.
De cashbonus is daarom geen aandeelhouderslast die niet aftrekbaar is, maar een gewone ondernemingsuitgave. De werkgever mag hiervoor een voorziening vormen en die ten laste van de winst brengen.
Een man ontvangt uitkeringen uit meerdere lijfrenteverzekeringen. De inspecteur belast deze bedragen in box 1, wat leidt tot een geschil over de juiste fiscale behandeling. De man had een 'Hoogrentende Spaarpot Polis' en twee andere verzekeringen met een lijfrenteclausule. In 2019 ontvangt hij uitkeringen van € 49.119, € 21.968 en € 7.025. De inspecteur neemt deze bedragen op in box 1 van de inkomstenbelasting. De man is van mening dat de uitkeringen in box 3 belast moeten worden, omdat het beleggingsproducten betreft. Ook wil hij dat de saldomethode wordt toegepast, waardoor alleen het deel boven de betaalde premies wordt belast.
Het hof oordeelt dat de verzekeringen terecht in box 1 zijn belast. De 'Hoogrentende Spaarpot Polis' is een kapitaalverzekering met een lijfrenteclausule die onder het 'pre-Brede Herwaarderingsregime' valt. Volgens de wetgeving van vóór 2001, die nog steeds van toepassing is op deze oudere polis, wordt een afkoop van zo'n verzekering in box 1 belast. De man heeft de lijfrentetermijnen niet tijdig vastgesteld of omgezet in een kwalificerende lijfrente, waardoor de afkoopsom in box 1 valt. De twee andere verzekeringen zijn ook met een lijfrenteclausule afgesloten.
De heffing in box 1 over de uitkeringen is niet slechts een belastingnadeel. Het is een gevolg van de omkeerregel en het vormt een onderdeel van een heffingssysteem dat door de aanwezigheid van een daartegenoverstaand belastingvoordeel een zeker evenwicht vertoont. Dat voordeel bestaat in elk geval uit de belastingaftrek van de in eerdere jaren betaalde premies. Daar komt bij dat de waarde van de verzekeringen voorafgaand aan de afkoop niet tot belastingheffing in box 3 heeft geleid.
De saldomethode houdt in dat alleen het deel van de uitkeringen, dat hoger is dan de betaalde premies, wordt belast. Deze methode kan echter niet worden toegepast als de premies in aftrek zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht. Voor de 'Hoogrentende Spaarpot Polis' toont de man niet aan dat hij de premies niet in aftrek heeft gebracht. Gezien het karakter van de verzekering is het waarschijnlijk dat dit wel is gebeurd. Voor de andere twee verzekeringen bevestigt de man zelf dat hij de premies in aftrek heeft gebracht.
Nijkerk, Nederland
m.schuurman@cijfermeester.nl
(088) 2683531
Krabbescheer 28, 2481 CK Woubrugge
s.kliffen@cijfermeester.nl
(06) 26 93 37 92
Lingedijk 57, 4155 BC Gellicum
l.hoogheid@cijfermeester.nl
(06) 51 55 75 67
Topaasring 25, 5629 GD Eindhoven
c.jansen@cijfermeester.nl
(06) 42 34 16 17
Deken van Baarstraat 4b, Nieuwkuijk
h.jonkers@cijfermeester.nl
(06) 10 90 99 61
Veilingstraat 30 7391 GM Twello
w.overeem@cijfermeester.nl
(06) 25 04 71 86
Koenderinklanden 31, 7542 WC Enschede
a.jensma@cijfermeester.nl
(06) 44 06 36 94
Praam 61, Haulerwijk
g.meulenbelt@cijfermeester.nl
(06) 22 54 84 43
Oude Vlierweg 36, Ommen
r.grutter@cijfermeester.nl
(06) 83994780
Wieringerwerf., Nederland
w.vanheusden@cijfermeester.nl
(06) 42 08 45 99
Thomas R. Malthusstraat 1-3, 1066 JR Amsterdam
m.jairam@cijfermeester.nl
(06) 34 01 33 73
Leeuwarden, Nederland
a.wijgman@cijfermeester.nl
(058) 843 08 81
Wassenaar, Nederland
r.engelhard@cijfermeester.nl
(06) 41 51 71 31
Rosmalen, Nederland
g.staring@cijfermeester.nl
(06) 34 12 97 06
Oud-Beijerland, Nederland
h.stolk@cijfermeester.nl
(06) 24 21 35 56
Borger, Nederland
J.ijlenhave@cijfermeester.nl
(06) 28 94 23 13
Kloosterkade 33, 2628 HV Delft
j.vanmerrienboer@cijfermeester.nl
(06) 52 45 87 89
Naxos 5 2134 AM Hoofddorp
a.vankouwen@cijfermeester.nl
(06) 55 82 05 56
Overschieseweg 12 E, 3044 EE Rotterdam
j.wulffraat@cijfermeester.nl
(06) 24 10 95 93
Dinxperlo, Nederland
m.melten@cijfermeester.nl
(06) 51 49 33 80
Tauber 52, Den haag
c.vandenhurk@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Heerhugowaard, Nederland
a.vogel@cijfermeester.nl
(06) 48 62 13 58
Heythuysen, Nederland
l.boonen@cijfermeester.nl
(06) 81 94 77 77
Robijnstraat 7 1812 RB Alkmaar
r.weel@cijfermeester.nl
(06) 19 09 34 54
Amersfoort
a.degraaf@cijfermeester.nl
(06) 41 21 43 19
Putten, Nederland
s.vanderburg@cijfermeester.nl
(06) 22 47 78 55
Willem Molenbroekplein 74, 3071 MK Rotterdam
m.sikkema@cijfermeester.nl
(06) 28 33 23 83
Tilburg, Nederland
e.debruijne@cijfermeester.nl
(06) 23 38 87 06
Nanningh Keyserstraat 24, 4254 EP Sleeuwijk
h.vossestein@cijfermeester.nl
(06) 21 91 21 54
Lesturgeonplein 5 8381 BX Vledder
i.renier@cijfermeester.nl
(06) 44 40 12 01
Arnhemseweg 10, Renswoude
b.melenhorst@cijfermeester.nl
(0318) 57 64 63
Industrieweg 96 7903 AK Hoogeveen
a.dekker@cijfermeester.nl
(088) 268 35 75
Tauber 52, Den haag
s.passe@cijfermeester.nl
(070) 331 06 79
Zaagmolenlaan 4 3447 GS Woerden
p.brokke@cijfermeester.nl
(06) 34 60 19 73
Gorredijk, Nederland
h.aling@cijfermeester.nl
(0513) 46 35 99
Dronten, Nederland
w.voortman@cijfermeester.nl
(06) 45 90 53 86
Groef 24, 1628 HL Hoorn, Nederland
s.keus@cijfermeester.nl
(06) 10 24 00 97
Prins Alexanderplein 8, 3067 GC Rotterdam
r.etman@cijfermeester.nl
(06) 52 41 09 08
Bergstraat 27, 4261 BW Wijk en Aalburg
r.duizer@cijfermeester.nl
(06) 12 29 96 55
Diepstraat 16 6101 AT Echt
h.denis@cijfermeester.nl
(06) 50 69 40 16
Ootmarsumsestraat 319 7603 AG Almelo
m.grooten@cijfermeester.nl
(06) 10 54 64 55
Luxemburgpromenade 2, 3541 DC Utrecht
c.velthuis@cijfermeester.nl
(030) 249 66 06
Kenauweg 14, 2331 BB LeidenĀ
f.brokaar@cijfermeester
(06) 15 01 69 87
Waddinxveen, Nederland
r.vandenberg@cijfermeester.nl
(06) 19 04 09 12
Nieuwegein, Nederland
m.sookha@cijfermeester.nl
(06) 15 51 86 06
Overslagweg 3a, 2645 EK Delfgauw
d.vandenbos@cijfermeester.nl
(06) 38 85 51 26
W.M. Dudokweg 49-209, 1703 DA Heerhugowaard
m.vanderlinden@cijfermeester.nl
(06) 82 80 04 00
Voorschoten, Nederland
m.berg@cijfermeester.nl
(06) 18718727
Zeereep 56, 2681 XH Monster
m.westveer@cijfermeester.nl
(06) 55 50 37 74
Zilverweg 6 8445 PE Heerenveen
j.danes@cijfermeester.nl
(06) 22 40 50 93
Heeswijk-Dinther, Nederland
m.devisser@cijfermeester.nl
(06) 17 88 58 64
Pontsteiger 61, 1014ZP Amsterdam
p.haring@cijfermeester.nl
(06) 53 70 86 28
Heilesakker 6, 5325 KM Wellseind
a.maas@cijfermeester.nl
(06) 44 94 65 04
Wassenaar, Nederland
s.schravenhoff@cijfermeester.nl
(06) 24326961
Fazantstraat 17, 4901 AZ Oosterhout, Nederland
k.vanvessem@cijfermeester.nl
(06) 14 67 85 30
Gastelseweg 84, 4705 AC Roosendaal
a.smeekes@cijfermeester.nl
(06) 28 27 34 94
Wij zorgen dat jij 100% kunt focussen op ondernemen.