Formaliteiten rondom kinderopvangtoeslag gewijzigd.

Per 1 januari jl. zijn de formaliteiten rondom de kinderopvangtoeslag ingrijpend gewijzigd. In de eerste plaats is de aanvraagtermijn sterk verkort. In de tweede plaats wordt de hoogte van de toeslag nu gekoppeld aan het aantal uren dat de minst werkende ouder werkt.

Korte aanvraagtermijn

Waar u bij andere toeslagen eventueel nog de tijd hebt tot 1 september 2013, geldt voor de kinderopvangtoeslag sinds 1 januari jl. een veel kortere termijn. Deze toeslag kunt u namelijk alleen aanvragen voor de huidige en de voorafgaande maand. Sinds 1 januari 2012 kunnen ouders de kinderopvangtoeslag slechts aanvragen voor de lopende maand en de daaraan voorafgaande maand. Wilt u kinderopvangtoeslag vanaf 1 januari? Dan moet u uw aanvraag dus uiterlijk in februari indienen.

Urenkoppeling

U kunt alleen nog kinderopvangtoeslag krijgen voor de uren die u werkt. U moet uitgaan van de ouder die de minste uren per jaar werkt. Gaat uw kind minder uren per week naar de opvang dan dat u werkt? Neem dan de werkelijke uren.

De uren waarvoor u maximaal kinderopvangtoeslag kunt krijgen, berekent u zo:

Gaat uw kind naar de dagopvang? Vermenigvuldig de uren die u werkt, met 140%.

Gaat uw kind naar de buitenschoolse opvang? Vermenigvuldig de uren die u werkt, met 70%.

Hebt u een baan, dan gaat u voor deze berekening uit van het aantal uren dat in uw arbeidscontract staat. Bent u zelfstandig ondernemer? Dan houdt u rekening met alle uren die u aan uw onderneming besteedt, inclusief de tijd die u kwijt bent voor uw administratie, het bijwerken van uw website, het volgen van zakelijke cursussen et cetera. U kunt eventueel zelfs rekening houden met uren die u vanwege ziekte niet aan uw onderneming kunt besteden. De tijd die u besteed aan woon-werkverkeer telt u echter niet mee, want deze uren zitten al verwerkt in het percentage.

Let op: per kind heeft u maximaal recht op 230 uren kinderopvang per maand. Hiervoor telt u alle opvanguren bij elkaar op.