Wet minimumloon beperkt tijd voor tijd

In artikel 13a van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) is nu opgenomen dat wanneer een werknemer in een uitbetaalperiode meer uren werkt dan de overeengekomen arbeidsduur, deze in elk geval het minimumloon over de totaal gewerkte uren moet ontvangen. Deze wijziging is per 1 januari 2018 ingegaan.

De wijziging is het gevolg van een aantal aanpassingen die per 1 januari 2018 zijn doorgevoerd in de WML. Een van deze maatregelen betreft het beperken van de mogelijkheid om overuren te compenseren met vrije tijd.

Voorbeeld

Een werknemer van 22 jaar (of ouder) heeft bij een 40-urige werkweek een minimum uurloon van € 9,11. Wanneer een dergelijke werknemer en weekloner met minimumloon in een week 10 overuren maakt, moet hij over die week 50 x € 9,11 = € 455,50 bruto ontvangen. Het is dan niet mogelijk om de 10 overuren niet uit te betalen en de week erop in vrije tijd terug te geven. Ook moet hij over de extra uren vakantiebijslag ontvangen. In dit geval € 7,29 extra.

Verdient de betreffende werknemer standaard € 500 per week, dan is er geen probleem en kan het overwerk in overleg gecompenseerd worden.

Uitzonderingen

De WML heeft een uitzondering opgenomen, waarbij het wel mogelijk is om overwerk in vrije tijd te compenseren. Kort gezegd moet er tot 1 januari 2019 dan aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • de compensatie moet schriftelijk met de werknemer zijn overeengekomen voordat de langere arbeidsduur wordt aangevangen;
  • de te compenseren uren moeten uiterlijk 1 juli van het opvolgende jaar zijn opgenomen of uiterlijk in de eerste betalingstermijn na 1 juli van dat jaar giraal worden uitbetaald.

Vanaf 1 januari 2019 komt daar ook nog de voorwaarde bij dat de tijd voor tijd uitzondering in een toepasselijke CAO opgenomen moet zijn. Is bij een organisatie na 2018 geen CAO van toepassing of staan er in de CAO geen afspraken over meerwerk dan moet de werkgever zich dus houden aan de nieuwe regels.

Wet minimumloon