Woon/praktijkpand op de balans? Ga uit van de waarde bewoond.

De rechter heeft onlangs de knoop doorgehakt: wanneer u uw woon/praktijkpand op de balans van uw onderneming zet, moet u uitgaan van de waarde bewoond en niet van de vrije verkoopwaarde. In deze zaak was een ondernemer zijn bedrijf gestart van uit de echtelijke woning die hij ook gebruikt als praktijkpand. Hij is het met de inspecteur eens geworden over de waarde van de woning. De ondernemer zet zijn pand tegen de verkoopwaarde ad € 600.000 op de balans van zijn bedrijf. Voordeel is dat zijn bedrijf nu ook kan afschrijven over de hogere vrije verkoopwaarde. Een aantal jaren later gaat het pand weer naar privé. Dit maal tegen de waarde bewoond. De waarde van een bewoond woon/praktijkpand is in het algemeen lager dan de waarde van een onbewoond woon/praktijkpand. Resultaat: een flink verlies voor rekening van de Belastingdienst. De inspecteur is het hier niet mee eens en probeert de schade te beperken door te eisen dat appels met appels moeten worden vergeleken. Ofwel: gaat het pand van de balans af tegen de waarde bewoond, dan had het pand ook tegen de waarde bewoond op de balans moeten worden gezet. De Hoge Raad geeft de inspecteur gelijk en oordeelt dat een woon/praktijkpand tegen de waarde bewoond op de balans moet worden gezet.

Voor de liefhebbers:

“In de situatie dat een belastingplichtige een onderneming begint en bij die gelegenheid een pand vanuit zijn privévermogen doet overgaan naar het ondernemingsvermogen, dient dit pand daarin te worden geactiveerd voor de waarde in het economische verkeer die daaraan ten tijde van de inbreng kan worden toegekend. Daarbij vormt duurzame zelfbewoning een omstandigheid die de waarde van het pand kan beïnvloeden en waarmee bij het bepalen van die waarde rekening dient te worden gehouden.”

Bron: HR 1 februari 2013, nr. 11/03882, LJN: BX4036