Kinderopvangtoeslag voor uren werk.

De kinderopvangtoeslag wordt vanaf volgend jaar gekoppeld aan het aantal uren dat de ouders of verzorgers van het kind werken. Uitgangspunt hierbij is het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Dit staat in een brief die minister Kamp van Sociale Zaken en staatssecretaris Weekers van Financiën naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Bij dagopvang (0-4 jarigen) hebben de ouders of verzorgers recht op kinderopvangtoeslag voor maximaal 140 procent van het aantal ge- werkte uren. Zo worden ook de reistijd en (middag)pauzetijd van de ouders of verzorgers gecompenseerd. Voor de buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) geldt dat ouders of verzorgers maximaal 70 procent van hun gewerkte uren kunnen declareren als opvanguren. Dit omdat deze kinderen naar school gaan en dus minder uren opvang nodig hebben. Daarnaast krijgen kinderopvanginstellingen de plicht om ouders voor te lichten over voor welk aantal opvanguren men in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag.

In de brief staat verder dat de controles op fraude zullen worden aangescherpt en dat de boetes bij overtredingen kunnen oplopen tot 1oo procent van het fraudebedrag. Verder worden de mogelijkheden om kinderopvang- toeslag met terugwerkende kracht te ontvangen beperkt.

Ouders kunnen straks maximaal 230 uur per kind per maand declareren voor alle soorten opvang samen. Ook is het in de toekomst niet meer mogelijk voor mensen zonder werk om elkaars gastouder te worden en daarvoor dan ook kinderopvangtoeslag te krijgen.